Ocan's Spotlight: Marlene Sy A Ten-Plantijn

Plantijn 40 percent resize
Foto: Marlene Sy A Ten-Plantijn

 

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week de Curaçaose-Surinaamse Marlene Sy A Ten-Plantijn, gepensioneerde directiesecretaresse en actief vrijwilligster op tal van gebieden.

 Auteur: Otti Thomas

“Ik had een mooie jeugd. Ik ben geboren in Suriname, maar mijn vader en zijn broers gingen werken voor de Shell zodat we verhuisden naar Curaçao. Hier ging ik eerst naar de kleuterschool en het Martinus Gesticht. Na de middelbare school kreeg ik de kans om te studeren. Mijn vader wilde dat ik onderwijzeres zou worden, maar daarvoor moest ik naar Nederland en dat wilde ik niet. Ik vond Nederland te koud. Zelf wilde ik hoofdstewardess worden. Ik doorliep de hele keuring tot ze beseften dat ik een bril droeg en dat mocht toen niet als stewardess. Uiteindelijk volgde ik een opleiding voor directiesecretaresse die ik afrondde bij de Shell, waar ik tweeënhalf jaar werkte en ook mijn man leerde kennen. Ik stopte met werken toen ik we trouwden en ik zwanger werd. Getrouwde vrouwen hadden toen maar een recht: het aanrecht.

Na 30 mei 1969 begon mijn man een constructiebedrijf. Het was een van de eerste bouwbedrijven met alleen Antilliaanse werknemers. Ik werkte als zijn secretaresse. Later kregen we van de overheid de opdracht om hotels te renoveren tot vier of vijf sterren hotels. We waren een tijd eigenaar van Hotel Las Palmas bij Piscaderabaai omdat de overheid zijn betalingsachterstand niet kon voldoen. Uiteindelijk zijn we naar Costa Rica verhuisd, waar mijn man natuurgeneeswijze ging studeren. Maar ik vond Costa Rica niet leuk en ging terug naar Curaçao. Daar werkte ik voor het makelaarskantoor van een oud-Shell werknemer en heb ik onze bezittingen op Curaçao verkocht. Nadat mijn man overleed, ben ik in 2000 naar Nederland gegaan voor een nieuw en ander leven. Niet meer werken voor een baas, maar me inzetten als vrijwilliger voor jongeren en Antilliaanse gepensioneerden.”

 

Helpen

“In Nederland sloot ik me aan bij organisaties als het toenmalige OCaN, Grupo Ban Pé, Stichting Samen Sterk, de Surinaamse vrouwenvereniging Afimo, vrijwilligersorganisatie HOF, die nu PEP heet. Ik heb contact met de Antilliaanse woongroep Nos Aquamarino en Grupo Wayaka. In 2014 organiseerden we met het toenmalige OCaN een groot ouderencongres over de positie van Caribische ouderen in Nederland. Veel voorstellen die toen zijn gedaan, kunnen nog steeds worden uitgewerkt. Mijn droomwens is het realiseren van een ouderenopvang op Curaçao. Ik verzamel al sinds 2005 informatie daarover. Pasadia van de ouderen op Curacao, zou ook moeten kunnen zoals het in Nederland gebeurt. In Nederland heb ik gezien dat het daar beter kan. Banken en verzekeraars hebben er genoeg geld voor en ze willen geen risico lopen. Zeker op Curaçao kunnen veel ouderen en gepensioneerden hun eigen huis als onderpand inzetten. Ooit gaat die ouderopvang er komen. Een op Bandariba en een op Bandabou.”

 

Obstakels

“Als er iets aan komt, dat niet prettig is, dan voel je dat meestal van te voren. Je staat dan voor de keuze om het obstakel te vermijden of de confrontatie aan te gaan. Als je voor dat laatste kiest, dan kies je ook voor de gevolgen. In Nederland woonde ik de eerste zes maanden helemaal in het zuiden bij Eindhoven, in het huis van vrienden die op dat moment aan het overwinteren waren in Curaçao. Ik vond het helemaal niets, want mijn dochters woonden in Leiden en andere familie in Den Haag en omgeving. Maar het was geen obstakel, want het heeft me geleerd hoe ik het niet wilde doen en ben ik naar Den Haag geluisterd. Je leert altijd van tegenslagen. Mijn man en ik zijn ook wel eens in de steek gelaten op Curaçao, maar daarvan leer je wie je echte vrienden zijn.”

 

 

Dankbaar

“Ik ben streng gelovig, dus in de eerste plaats ben ik onze lieve Heer dankbaar. Mijn ouders ben ik dankbaar voor mijn opvoeding. Ik was de oudste van acht kinderen en in Surinaamse gezinnen zijn ze altijd heel streng voor de oudste, want die moet het goede voorbeeld zijn voor de anderen. Mijn vader vond het belangrijk dat we goed Nederlands leerden en ook dat we ons aan zouden passen aan Curaçao, maar nooit zouden vergeten waar we vandaag kwamen. Mijn echtgenoot ben ik dankbaar voor een goed gehuwd leven met vier kinderen.”

 

Inspiratie

“Ik zeg bewust dat ik op weg naar de tachtig ben. Wat me op de been houdt, is wat er nog moet komen. Ik heb sinds kort een vriend. Het is een Nederlander van tachtig plus. Op onze leeftijd verwachten we geen geweldige dingen van elkaar, maar hij is lief en we kunnen het goed met elkaar vinden. Ik heb een lieve familie met vier kinderen, vier kleinkinderen en twee achterkleinkinderen, dus ik voel me gezegend.”

 

Advies

“Ik ben nog steeds betrokken bij stichtingen die zich inzetten voor ouderen. Ik probeer Antilliaanse en Surinaamse gepensioneerden te leren dat ze zichzelf niet moeten beperken tot hun koffie-uurtje. Er wordt in Nederland ontzettend veel georganiseerd voor ouderen en het is bijna altijd gratis. Zelf volg ik een proefles voor het spelen van een ukelele. Als je de regels kent en weet waar je naar toe moet gaan, dan heb je het leven van een koningin.”

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter.