Caribisch Netwerk

Inhoud syndiceren
Caribisch Netwerk
Bijgewerkt: 17 min 29 sec geleden

De wijken in om te leren wat kindermishandeling is

23 min 47 sec geleden

ORANJESTAD – Sinds de nationale bewustwordingscampagne ‘No sconde mas’ tegen kindermishandeling – en misbruik begin juli van start ging, zien de organisatoren al behoorlijk wat belangstelling. Nu gaan ze de wijken in.

Het doel is om mensen en vooral ook kinderen te leren wat de signalen zijn van kindermishandeling- en misbruik. Want dat is niet altijd makkelijk te herkennen, zegt campagneleider Egbert Schwengle. “Vaak denken mensen alleen aan het fysieke gedeelte. Maar wij weten uit ervaring dat de dader exact weet hoe hij hiermee om moet gaan.” Vooral psychische mishandeling, zoals emotionele verwaarlozing, is lastig vanaf de buitenkant te zien.

Schwengle benadrukt: “Het belangrijkste punt is dat wij willen voorkomen dat kinderen denken dat er niets aan het probleem van mishandeling wordt gedaan en zij dus niet melden.”

http://download.omroep.nl/ntr/diversiteit/caribischnetwerk/audio/kindermishandeling.mp3 Campagneleider Egbert Schwengle

De eerste wijkbijeenkomst vindt plaats op 21 augustus in het wijkcentrum Teresita in San Nicolas. Sprekers als politiecommissaris Trudy Hassell, kinderarts Louise Rafael Croes, Bureau Slachtofferhulp en de Jeugd en Zedenpolitie geven praktische tips hoe je verbaal, fysiek en emotionele mishandeling kan herkennen.

“Door de signalen te leren kennen, kunnen we kinderen, mannen en vrouwen die hier slachtoffer van zijn, direct hulp aanbieden”, legt Hassell uit. “Hierdoor kunnen we als samenleving een oplossing bieden voor het probleem waarover generaties lang niet is gesproken.”

Tijdens de wijkavonden zijn vertrouwenspersonen bij wie ook mishandeling en misbruik kan worden gemeld. De andere wijkavonden vinden plaats in september, oktober en november. Tijdens de laatste bijeenkomst op de internationale dag van de Rechten van het Kind (20 november) kijkt de organisatie bovendien terug op het verloop van de wijkavonden.

‘Mensen durven voor zichzelf op te komen’
De campagne-organisatie ontving sinds de lancering vier meldingen van mishandeling. Belangstelling voor de campagne is er ook. Vooral de infomercial van een interview met een medewerker van Bureau Slachtofferhulp, werd binnen één dag 12.000 keer bekeken.

Of er meer meldingen zijn gemaakt bij andere hulpinstanties, kan projectleider Schwengle niet zeggen. “Je ziet nu wel dat mensen een melding durven te maken, mensen durven voor zichzelf op te komen. Wij kunnen niet meten of dat direct het gevolg is van deze campagne of andere campagnes. Maar je ziet wel dat andere organisaties op dit moment hun eigen campagne voeren en ook deze doelstellingen ondersteunen. En dat was eigenlijk ons doel.”

Opinie: ‘Discriminatie is vaak institutioneel en los je niet op met diversiteit’

16 augustus 2018 - 4:45pm
Naeem Juliana (28) vertrok op zijn zeventiende van Sint-Maarten naar Nederland om daar te gaan studeren. Inmiddels is hij arts en psychiater in opleiding. Op Caribisch Netwerk lees je zijn ervaringen als Antilliaanse young professional in Nederland.

Zwarte politieagenten doden net zo vaak zwarte Amerikanen als blanke politieagenten dat doen. Het Amerikaanse politieapparaat als geheel doodt wel disproportioneel veel zwarte Amerikanen. Zo schreef Pacific Standard vorige week in een samenvatting van onderzoek naar alle gevallen van dodelijk geweld door de Amerikaanse politie in 2014 en 2015. De raciale discrepantie in dodelijk politiegeweld wordt waarschijnlijk veroorzaakt door institutionele factoren, en niet door de persoonlijke vooroordelen van individuele agenten.

‘Waarom verdraag ik het black on black politiegeweld minder goed?’

Na het lezen van deze onderzoeksbevindingen verschijnt er onwillekeurig een haarscherp beeld op mijn netvlies van twee worstelende zwarte mannen in Nederland. De een, Jerry Afriyie, is in paniek en schreeuwt dat hij niet kan ademen. De ander heeft politie op zijn rug staan en houdt Afriyie met hulp van drie blanke collega’s tegen de grond gedrukt. Het is 2014 en deze aanhouding vindt plaats tijdens de intocht van Sinterklaas in Gouda, waar Afriyie demonstreert tegen zwarte piet.

Toen ik de beelden voor het eerst zag stak het optreden van de zwarte agent me. Waarom was uitgerekend hij degene die het initiatief nam bij dit forse politieoptreden. Op eerdere filmpjes werden aanhoudingen van anti-zwarte piet activisten door blanke agenten verricht. Die politieoptredens waren niet minder hardhandig, maar toch maakten ze me minder oncomfortabel. Dat roept nu vragen bij me op; waarom verdraag ik het black on black politiegeweld minder goed?

‘Waarschijnlijk projecteer ik een intern conflict op de zwarte agent in Gouda’

Een verklaring die bij me opkomt is de gevoelige geschiedenis van zwarte mensen die meedoen aan de onderdrukking van de eigen groep. In alle landen met een koloniale geschiedenis zijn hier talrijke voorbeelden van, en ons Koninkrijk is niet anders. Op Curaçao was er bijvoorbeeld ‘Het gewapende Korps van de Vrije Negers’, dat tijdens de slavernij namens het blanke gezag weggelopen slaven opspoorde.

Maar welke betekenis heeft deze geschiedenis voor mijn leven in de eenentwintigste eeuw. Waarom heb ik er moeite mee wanneer het ‘één van ons’ is die namens het geweldsmonopolie optreedt  tegen leden van de eigen groep. Ik vind het moeilijk om toe te geven, maar waarschijnlijk projecteer ik een intern conflict op de zwarte agent in Gouda.

Net als hij heb ik gekozen voor een normerend beroep; ik werk als arts in de psychiatrie. In die functie bezit ik niet zelf het geweldsmonopolie, maar ik kan de politie wel vragen dit monopolie namens mij uit te oefenen. Bijvoorbeeld wanneer ik inschat dat iemand voor diens eigen veiligheid of de veiligheid van anderen gedwongen dient te worden opgenomen.

‘Kun je van binnenuit de status quo veranderen of word je onderdeel van het institutionele probleem?’

Psychiatrische ziekten discrimineren niet. In alle lagen van de bevolking en bij mensen van alle kleuren zijn ze goed vertegenwoordigd. Maar dat wil niet zeggen dat de samenleving op iedereen hetzelfde reageert. In 2012 berichtte het AD nog: ‘Allochtone verdachten met een psychiatrische stoornis worden tot wel vier keer vaker gedwongen opgenomen dan vergelijkbare autochtone verdachten van een misdrijf.

Bij de allochtone verdachten gaat het vooral om Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Wat zouden de Amerikaanse politie onderzoekers vinden als ze hun methodologie zouden toepassen op de Nederlandse psychiatrie? Racistische blanke psychiaters die graag allochtonen opsluiten? Dat betwijfel ik. Eerder vermoed ik dat ze net als bij hun eerdere bevindingen zullen stuiten op een institutioneel probleem.

En daarmee kom ik weer uit bij mijn innerlijk conflict: Wat is het effect van minderheden uit gemarginaliseerde groepen die gaan dienen in instituties die mede de status quo in stand houden. Kunnen ze van binnenuit de status quo helpen verzachten voor gemarginaliseerde groepen die erbuiten vallen? Of worden ze, zoals de Amerikaanse politie studie suggereert, onderdeel van institutionele problemen.

Bondscoach Curaçao vindt zijn roots op voormalig slavenplantage

16 augustus 2018 - 4:25pm

WILLEMSTAD – Jaren worstelt Remko Bicentini met de vraag waar de naam van zijn familie vandaan komt. Wijlen zijn vader Moises Bicentini is van Curaçao. Maar over zijn grootvader weet de in Nederland geboren Remko niets. Op Curaçao ontdekt hij de waarheid.

De overgrootmoeder van Remko Bicentini wordt op Curaçao in slavernij geboren. Evenals haar oma, moeder en zes broers en zussen is Poulina eigendom van Jan Schotborgh, de shon van plantage San Juan, gelegen in het westelijk deel van Curaçao.

Remko Bicentini kan het nauwelijks bevatten:

Artikel gaat verder na de video

Door Roelie van Beek

In 1862, vlak voor de afschaffing van de slavernij, geeft Matthias Schotborgh, de zoon van de eigenaar, het gezin de naam Bicentini. De naam is afgeleid van Bicenta, de voornaam van grootmoeder.

Geboorteakte
Remko Bicentini heeft hier geen idee van wanneer hij eind juni als bondscoach van Curaçao voor de voetbalsport en voor zijn Fundashon Bicentini op het eiland is. Tot hij daags voor vertrek te horen krijgt dat hij voor het antwoord op zijn vragen naar landhuis San Juan moet. Reginald Schotborgh, mede-eigenaar van San Juan, wacht hem daar op. Hij overhandigt Bicentini de geboorteakte van zijn grootvader.

Schotborgh legt uit dat Poulina Bicentini twaalf jaar oud is wanneer de slavernij in 1863 wordt afgeschaft. Acht jaar later krijgt zij de eerste van vier kinderen. Haar derde kind, Pedro Paulo Bicentini, wordt geboren in 1881. Hij is de vader van Moises Bicentini, de eerste Antilliaanse speler die als profvoetballer naar Nederland vertrok. Remko Bicentini staat perplex. “Pedro is dus mijn grootvader”, zegt hij beduusd.

‘Als u Fanny verkoopt, dan moet u mij ook verkopen’

Op de geboorteakte staat dat moeder Poulina Bicentini van beroep kokkin is. “Aangezien de kinderen haar naam kregen, moet zij een alleenstaande moeder zijn geweest”, zegt Schotborgh, die de geschiedenis van San Juan in kaart heeft gebracht.

Verliefd op de huisslavin
Hij kwam tot verrassende ontdekkingen. “Ten tijde van de slavernij was de jonge Matthias Schotborgh verliefd op de oudste zus van de overgrootmoeder van Remko. Zij heette Fanny en werkte als slavin in het landhuis. De vader van Matthias had wel door dat zijn zoon een oogje op de huisslavin had. Om hem uit de kast te lokken, liet hij op een tafel een briefje achter met daarop de namen van drie slaven die verkocht zouden worden. Een van hen was Fanny. Toen Matthias dit zag, weigerde hij nog te eten. Tegen zijn vader zei hij: ‘Als u Fanny verkoopt, dan moet u mij ook verkopen.’”

Matthias heeft zijn hele leven van Fanny Bicentini gehouden, zegt Schotborgh. “Nadat hij San Juan had geërfd, leefden zij samen in het landhuis. Na zijn dood is Fanny in het landhuis blijven wonen. De andere Bicentini’s bleven na de afschaffing van de slavernij nog vele jaren op de plantage, als pachters.”

Podcast: Welke impact heeft onderadvisering op de toekomst?

15 augustus 2018 - 5:59pm

AMSTERDAM – Het nieuwe schooljaar staat voor de deur, maar de twaalfjarige Gabriella uit Amsterdam is nog nergens ingeschreven. Het liefst wil de scholiere naar een vmbo kader-school, zoals haar Cito-score aanbeveelt, maar dat kan niet.

Sinds 2015 is in Nederland het advies van de basisschool doorslaggevend voor groep 8-leerlingen. En dat betekent voor Gabriella: vmbo-basis met Leerwegondersteuning (Lwoo). Volgens Varida Omzigt, de moeder van Gabriella, is er sprake van onderadvisering. En zij is niet de enige die meent hier last van te hebben.

Meer dan honderd verhalen
Een oproep door Caribisch Netwerk op sociale media over onderadvisering leverde meer dan honderd negatieve verhalen op uit de Caribische gemeenschap in Nederland. Zoals: “Mijn dochter kreeg havo-advies terwijl ze tot groep 7 een havo/vwo-advies had. Ze maakte haar Cito op gymnasium-niveau maar de docent weigerde het te veranderen.”

Ook Leroy Lucas en Varida Omzigt delen hun verhaal. Varida wil er alles aan doen om het schooladvies van haar dochter bij te stellen en haar op het vmbo-kader te krijgen. Voor Leroy is bijstelling inmiddels ‘te laat’. De veertiger blikt terug op een moeizame omweg naar het hbo door onderadvisering.

Luister naar de verhalen van Leroy en Gabriella

Natasja Gibbs ging op zoek naar de impact van onderadvisering in het onderwijs op de Caribische gemeenschap. Alle verhalen en ontdekkingen zijn te horen in de podcast Koninkrijkskwesties van NPO Radio 1.

Beluister deze podcast | Abonneer via iTunes

De Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO) in Amsterdam ziet dat ook dit jaar veel ouders die bezorgd zijn over de overstap van basis naar voortgezet onderwijs van hun kind. Tussen januari en juni kwamen er bij de organisatie 300 vragen binnen. “Van de vragen gingen er 67 over het schooladvies. En dat was niet om te vertellen hoe tevreden men is”, vertelt onderzoeker en kenniscoördinator Kaja Sariwati.

Etniciteit
Volgens activisten van de beweging Wit Aan Zet ‘speelt etnisch profileren een grote rol in het onderadviseren van leerlingen’. Harde cijfers om dat te staven zijn er niet. “Het zou wel handig zijn, want dan konden we daar ook meer duidelijkheid over geven, maar het is er gewoon niet”, aldus OCO.

Opleiding ouders
Een onderzoeksrapport van de Onderwijsinspectie (De Staat van het Onderwijs 2016-2017) laat wel zien dat de opleiding van ouders invloed kan hebben op schooladviezen van hun kind. Leerlingen met lager opgeleide ouders krijgen vaker lagere schooladviezen in vergelijking met de leerlingen die net zo goed presteren en hoogopgeleide ouders hebben. Bovendien worden de schooladviezen van leerlingen met lager opgeleide ouders minder vaak bijgesteld.

Abonneer nu op de podcast

Caribisch Netwerk (NTR) maakt in samenwerking met NPO Radio 1 de radio-serie Koninkrijkskwesties. Abonneren kan makkelijk via iTunes. Natasja Gibbs en John Samson praten je bij over verschillende onderwerpen, zoals opgroeien zonder vader, politiek en intimidatie in een kleine eilandgemeenschap en de rol van Papiaments in de opvoeding.